Etappe Winsum naar Groningen


Na Winsum is er meer weidelandschap te zien. Het is te nat voor akkerbouw en dan is er weinig andere keuze dan veehouderij. De omgeving kleurt groen, grasgroen. Weilanden vol raaigras, weinig bloemrijke percelen, behalve langs slootranden. Wel zijn er weidse luchten, in alle kleuren..


De bochten die het Pieterpad – en ook het fietspad - maakt zijn oude oevers van het Oude Diepje, ofwel De Hunze die zijn water ontvangt van het Drents Plateau ten zuiden van Groningen. De Hunze was bochtig en de stad Groningen liet de Hunze rechttrekken, sommige delen kregen een heel nieuwe bedding: het Reitdiep.

Bij Garnwerd zie je het Reitdiep voor ’t eerst. Het wierdedorpje is een bezoek waard. Een kleine wierde vol kleine huizen en het kleinste (doorgaande) straatje van Nederland. Deze wierde is ook aangegraven en per kuub verkocht als vruchtbare terpaarde. Aan het einde een karakteristieke wierde-kerk. Aan het begin van het dorp staat Café Hammingh, een historische herberg.

Een volgend hoogte punt is de wierde van Oostum met een prachtig oud kerkje er boven op.


Ook deze wierde is afgegraven tot bijna aan het kerkje. De ligging van deze kerkwierde trekt veel bezoekers; ook in vroeger tijd; schilders!

Vooral de leden van de Ploeg hebben veel werk gemaakt met het kerkje van Oostum in hun schilderijen.




Bij de herdenking van De Ploeg in 2018 was dit een ‘Ploeg-Hotspot’. De weg, het Pieterpad loopt iets omhoog. Dit geeft ook een mooie kijk in het Reitdiepdal, zeker als er een zeil schip voorbij vaart.


Er zijn twee schilders-paletten als zitbankjes geplaatst’; de kwasten vormen de poten van de bankjes. Hier moést ik iets mee!


( Deze foto heeft Wim van der Ende gemaakt)













Bij Wierum ligt nog een Wierde, maar daar komt het Pieterpad op weg naar Groningen niet (meer) langs. Een schipper heeft de Paddepoelsterbrug stuk gevaren en het is nog maar de vraag of er een nieuwe brug zal komen in het Van Starkenborghkanaal, een drukke vaarroute. Er is een andere route naar Groningen langs het Reitdiep op een best hoge dijk, met ook een Ploeg-Hotspot’.

De stad wacht……..



Na thuiskomst versneld boeken over de schilders van De Ploeg gaan verzamelen om meer over hun werkwijze te lezen. Ze schilderden buiten in het landschap en gebruikten voor die tijd hele expressionistische kleuren. In navolging van de schilder Kirchner, gebruikten de schilders olieverf aangelengd met bijenwas-benzine oplossing. Deze matte verf droogde sneller. De penseelstreken waren op deze manier ook zichtbaarder.


Landschappen waar de horizon hoog geplaatst is met omhoogschietende lijnen van sloten en wegen richting de horizon. Ruimtelijkheid wordt gecreeerd door voor- en bovenaanzichten binnen een beeld te gebruiken.

WOW wat een kleuren! Ik ben meteen geïnspireerd om mijn tekeningen nog kleuriger te maken.


Landschapschilderkunst door de schilders van De Ploeg werd rond 1920 vernieuwend ervaren doordat zij het weidse Groningerland schilderden in expressionistische kleuren en vereenvoudigde vormen.

Zo schilderde Jan Altink “de rode boerderij” een schilderij dat later is aangeduid als een belangrijk voorbeeld van expressionistische schilderkunst. Door dit schilderij na te tekenen ontdekte ik het kleurenpalet en besloot ik om daarmee een serie te maken. In potlood en krijt, daarmee bereik ik de mooie heldere kleuren zoals ik ze graag zie.



En wie denkt: Wie waren de schilders van de Ploeg ook alweer?

Dan nog een linkje naar een leuk artikel hierover

https://kunstvensters.com/2018/06/14/wie-waren-de-kunstenaars-van-de-ploeg/


Heb je nog vragen of wil je andere dingen weten?

Laat het me weten!